Vispassages

In Nederland zijn vele duizenden stuwen en gemalen aangelegd, om het water te beheren. Deze stuwen en gemalen vormen helaas een barrière voor vissen. Hierdoor kunnen veel vissoorten niet migreren van of naar geschikt habitat om zich voort te planten. Wanneer deze barrières niet verwijderd kunnen worden, wordt gezocht naar een andere oplossing. Eén van de oplossingen is het plaatsen van een vispassage. Dit is een soort omleiding voor vissen, om een stuw of gemaal heen. Die maakt dat vissen het verschil in waterpeil (het verval) aan beide kanten van de stuw, in kleine stapjes kan overbruggen. Daarom wordt een vispassage ook wel ‘vistrap’ genoemd. In Nederland zijn inmiddels ruim 1.200 vispassages aangelegd. En er zijn veel verschillende typen! Hieronder vind je de meest toegepaste vispassages.


Image

Een middel, geen doel
Een vispassage is een middel, geen doel op zich zelf. Het is een middel om vissen een obstakel te laten passeren en vismigratieroutes weer te verbinden. Om dit doel te bereiken is de beste oplossing het obstakel helemaal te verwijderen. Alleen als dit niet mogelijk is, is een vispassage de oplossing. Er zijn talloze types te bedenken; hieronder zijn de meestvoorkomende vispassages beschreven. De illustraties zijn van de hand van Elles van Sluisveld.

Typen vispassages

  • Traploze nevenbeek (by-pass)
    Een traploze nevenbeek is een natuurlijk beekje, die als vispassage wordt aangelegd naast de hoofdwaterloop. Door de grote lengte van de nevenbeek en het meanderende karakter (veel bochten) wordt het water afgeremd en kan het peilverschil zonder drempels of andere technische maatregelen worden overbrugd. Hier heb je natuurlijk wel veel ruimte voor nodig.

  • Bekkenvispassage
    Ook een bekkenpassage is een soort beekje om een stuw heen. Maar deze is een stuk korter en er liggen (onderwater)drempels in, zodat het water met elke drempel een stukje zakt. Zo ontstaan een soort trap voor vissen. De ruimte tussen de drempels worden bekkens genoemd, hierin kunnen vissen rusten voor ze over de volgende drempel zwemmen.
  • Stenen helling
    Een stenen helling wordt doorgaans als vervanging van een stuw in een (kleine) beek toegepast. Het is een iets steilere helling dan de beek zelf, maar door het plaatsen van keien wordt het water sterk geremd. Het water stroomt tussen de keien door, waardoor versnellingen en luwten. Beekvissen werken zich tussen de keien door omhoog.
  • Vertical slot vispassage
    Dit is een zeer compacte vispassage, die wordt toegepast op plekken waar de ruimte beperkt is. De vispassage bestaat uit een aantal betonnen vierkante kamers, die verbonden zijn door verticale gleuven in de wand van de kamers. De gleuven verspringen per kamers, zodat het water meanderend door deze gleuven heen stroomt. En omdat de gleuf het water iets ‘knijpt’ zakt het waterpeil na elke gleuf een stukje. Zo ontstaat een soort trap voor vissen, die door de gleuven stroomopwaarts zwemmen. In de kamers zelf ontstaan luwten, waarin de vis kan rusten.

  • De Wit vispassage
    Deze vispassage lijkt veel op de vertical slot vispassage, maar de in plaats van gleuven zijn de kamers verbonden door vensters onderwater. Omdat deze vispassage daardoor nog minder water nodig heeft, wordt de De Wit vispassages veel toegepast op plekken waar maar een beetje water voor handen is.
  • Visvriendelijke gemalen
    Gemalen houden onze voeten droog. Ze pompen water uit de polders, die anders onder water zouden lopen. Maar deze turbines vormen een gevaar voor vissen; wanneer vissen hier door heen zwemmen kunnen ze gewond raken of sterven, door de snel draaiende rotorbladen. De vis wordt hierdoor letterlijk in mootjes gehakt. Om te voorkomen dat dit gebeurt, worden naast het plaatsen van een vispassage steeds vaker visvriendelijke gemalen toegepast. Dit zijn turbines die bijvoorbeeld veel langzamer draaien en/of de rotorbladen zo ontworpen hebben dat de vis hier niet door beschadigd raakt.

Andere vispassages
Naast deze veelvoorkomende typen vispassages zijn er nog vele varianten te vinden. Bij gemalen worden diverse technische oplossingen toegepast, waarbij met een serie pompjes de vissen in een verzamelbak gelokt worden en daarna onder vrij verval de lager gelegen polder ingelaten worden. Ook worden sluisvispassages, hevelvispassages en soort specifieke vispassages zoals de borstelbaan (paling), Meijbergpassage (kleine beekvis) en polderpassages (kleine poldervis) toegepast. Als laatste zijn er bijzondere vismigratievoorzieningen, zoals de Vismigratierivier in de afsluitdijk en de kier in de Haringvlietsluizen.


 
VOLGENDE


Onze partners

Zonder de vrienden van de BlijeVis zouden we dit niet kunnen doen.