Hindernissen

Miljoenen vissen ondervinden de gevolgen van obstakels tijdens hun trektocht. Ze zijn aangelegd als bescherming. Om waterstanden te beheersen. Om energie op te wekken. Om transport mogelijk te maken. Voor trekvissen zijn het echter gevaarlijke en vaak onneembare horden.


Image

Jonge zalmen zwemmen vanaf de Zwitserse Alpen, via de Rijn, naar de Noordzee waar ze stuiten op onze Deltawerken. Spieringen kunnen dankzij de Afsluitdijk maar mondjesmaat van de Waddenzee naar de IJssel trekken. Na een lange trip vanaf de Sargassozee naar de Waddenzee willen glasaaltjes landinwaarts uitgroeien tot palingen. Zeedijken en sluizen zijn voor hen echter moeilijk neembare hindernissen.

Trekvissen die twee keer in hun leven stroomopwaarts of -afwaarts zwemmen, om te paaien of volwassen te worden, komen op talloze plaatsen barrières tegen. Ze kunnen zich zodoende maar mondjesmaat voortplanten.

Grote en kleine barrières

Behalve grote waterwerken zijn veel waterwegen bezaaid met kleinere obstakels. Denk aan dammen, sluizen, gemalen, stuwen en watermolens. Ze zijn gevaarlijk of sluiten trekroutes af. In Nederland hebben we al gauw over duizenden hindernissen.

Veel vissen overleven pompen en gemalen niet. Net zo min als wisselende waterstanden, veranderend voedselaanbod én versnipperde leefgebieden. Vissen trekken immers niet alleen van zee naar rivieren en meren, maar ook van de ene naar de andere rivier. En van boezemwater naar polders. Obstakels zorgen er soms zelfs voor dat leefgebieden van vissen die niet trekken te klein worden. Door beperkte uitwisseling kunnen soorten bovendien verzwakken.

Getijdenwerking stopt

Barrières als de Afsluitdijk en de Haringvlietdam heffen ook de getijdenwerking op. Zout water wordt zoet. Stromend water komt tot stilstand. De dagelijkse niveauverschillen en geleidelijke zout-zoet overgangen verdwijnen. Met alle nadelige gevolgen voor planten en vissen die er kunnen leven.

Uit de voormalige zeearm het Haringvliet verdwenen bijvoorbeeld mosselen en ook zalm en zeeforel. Vogels trokken weg uit zoete water dat niet langer wordt ververst. In warme periodes zorgt blauwalg voor zuurstoftekort en sterfte. Hetzelfde gebeurde eerder bij de aanleg van de Afsluitdijk.

Of de obstakels nu groot of klein zijn, ze gaan ten koste van het aantal vissen en vissoorten. Ander probleem is het aantal te nemen hordes. Niet alleen in ons land, maar ook in het Europese achterland waar de vissen zich voortplanten.

Er komen nog steeds obstakels bij. Maar gelukkig worden er inmiddels meer opgeruimd. Bovendien wordt er meer geïnvesteerd in visvriendelijke oplossingen. Het gaat dus de goede kant op, maar we zijn er nog niet.


 
VOLGENDE


Onze partners

Zonder de vrienden van de BlijeVis zouden we dit niet kunnen doen.